QUINN MEKEL

Scherpschutters in de provincie, ze zijn er genoeg. Allemaal kennen we de welhaast absurde statistieken van Freddy de Grooth. Zijn teller staat na 22 seizoenen op 529 treffers. Freddy loopt niettemin sinds 2000 mee. In het kielzog van de robuuste topscorer van Groninger Boys timmert de 27-jarige Quinn Mekel met 202 goals inmiddels behoorlijk aan de weg. Voetbal Groningen zocht de afgetrainde en messcherpe aanvalsleider van Velocitas 1897 op.

 

Sportfamilie

Quinn is de zoon van Anjo Mekel en Anneke van Bergen. Anneke staat aan het hoofd van een school, Anjo handelt in van alles en nog wat. Hij is als sportfanaat welbekend in Groningen en omstreken. Naast zijn voorliefde voor de voetballerij – met een verleden bij VVK, Velocitas, GRC Groningen en GVAV-Rapiditas – maakte hij vooral faam als basketballer. De leren knikker werd definitief aan de kant geschoven toen hij als jonge basketballer te maken kreeg met de fameuze coach Hans Perrier. Anjo speelde tot in de Promotiedivisie. Tijdens zijn loopbaan verdiepte hij zich in het trainersvak. Met succes. Quinn: “Ik kom uit een sportnest. Mijn moeder basketbalde ook. Na de loopbaan van mijn vader werd hij bij Donar onder meer assistent-trainer en coach van het O24-team, waarmee de nodige prijzen zijn behaald. Tegenwoordig run ik met mijn vriendin Miranda en oudere broer Myron een sportschool. Een echt familiebedrijf. Mijn moeder is regelmatig bij ons te vinden, zij fitnest inmiddels zeer fanatiek. Van onze passie en hobby hebben we ons werk gemaakt, al ben ik met het afronden van de ALO wel opgeleid in een sportomgeving. Ondanks corona is het druk in onze trainingsstudio. Of eigenlijk erbuiten, aangezien we lessen geven in een partytent. Boksen, circuittrainingen, yoga, pilates. We doen van alles, met zowel één-op-één begeleiding als oefeningen in kleine en grote groepen.”

 

'Ik mocht een bal uitzoeken van mijn vader. Die ging zelfs mee naar bed'

 

Jeugdjaren

Tegenwoordig woont Quinn in een appartement in de fraaie Tasmantoren in de wijk Oosterhoogebrug, ten oosten van de stad. Hij woont samen met Miranda en hun pasgeboren zoontje Liam Xavi Joel. Het uitzicht over de stad en het water is prachtig. Zijn roots liggen niettemin in Selwerd, waar voor de jonge Quinn de judosport jarenlang de boventoon voerde. “Ik beoefende judo op hoog niveau. Na het behalen van de bruine band wilde ik doorgaan richting de zwarte band. Toen ik als 11-jarige kreeg te horen dat ik moest wachten tot mijn zestiende verjaardag om die band te kunnen krijgen, wilde ik iets anders. Ik vond voetbal al leuk om te doen en begon op m’n twaalfde bij v.v. Potetos, vlakbij ons huis. Ik kreeg een bal van mijn vader, die ging zelfs mee naar bed. Altijd buiten spelen, steevast de bal mee. Voetballen op veldjes en pleintjes. Zelfs na mijn eigen jeugdwedstrijden kon ik urenlang tegen de bal trappen. Ik leerde er de fijne kneepjes, werd technisch beter en leerde met beide benen schieten.” Quinn speelde bij Potetos samen met een ander talent, Danny Dijkstra, nu actief in de zondaghoofdmacht van v.v. Helpman. Al na een jaar hengelden diverse clubs naar de diensten van Quinn. Hij koos voor het grote Be Quick 1887. Aan de andere kant van de stad doorliep hij zes jaar lang alle standaardteams, waarin hij vooral als diepe middenvelder de lijnen uitzette en bekende voorwaartsen als Daan Driever en Rob van der Leij lanceerde. Na de A’s is het even mooi geweest. “Het nadeel van spelen op hoog niveau waren de lange dagen. Voetballen in Haaksbergen. De Flevopolder. Soms als bankzitter, wat ik niet gewend was. Ik stopte met voetbal en maakte mijn rentree in een vriendenteam bij Potetos. Totdat ik door mijn vriend Yoshi Supriatra werd overgehaald om naar Velocitas te gaan.”

 

 

Topscoorder van Nederland

Op sportpark Stadspark wist Quinn zich te ontwikkelen tot een bloedlinke spits. In zijn eerste seizoen in het klassieke groenwitte tricot van de club die in 1934 de KNVB-beker wist te winnen, speelden hij en zijn teamgenoten de vijfde klasse D van het zaterdagvoetbal volledig aan gort. Met 21 overwinningen en drie gelijke spelen werd er niet verloren. De ploeg scoorde 157 keer en kreeg er slechts 26 tegen. Quinn werd met 77 treffers amateurtopscorer van de standaardklassen in Nederland. De meest absurde winstpartijen kwamen voorbij, waarbij vooral twee stadgenoten het moesten ontgelden: 13-0 tegen GVAV-Rapiditas en 1-20 op bezoek bij Groninger Boys. Ook het kampioensduel tegen Potetos, de oude werkgever van Quinn, werd een veegpartij. In de met 13-1 gewonnen wedstrijd prikte de spits maar liefst negen keer raak. “Een bizar seizoen. Voordat ik erheen ging, kende ik jongens als Mustafe Ahmed, Yoshi Supriatra en de tweeling Givancy en Daphny Philips al. De zondagtak was gestopt, er werd op zaterdag op het laagste niveau gestart. Met kwaliteit te over, plus een duidelijk gezamenlijk doel. Richting de tweede klasse. Dat eerste jaar in de vijfde klasse was niet perse leuk, maar onze drive bleef. En persoonlijk had ik als focus om het maximale eruit te halen, ook richting de ploeg.” In Quinns tweede jaar kon de kampioensvlag opnieuw worden gehesen, na een nek-aan-nekrace met Helpman. Midden mei 2019 valt de beslissing in het Stadspark. Enigszins gedragen door een vroege rode kaart van Helpman-speler Willem Gootjes, fileert Quinn de opponent eigenhandig door in de met 7-2 gewonnen wedstrijd de gehele doelpuntenproductie voor zijn rekening te nemen. Ongekend. Zijn teller blijft dat seizoen in de vierde klasse steken op 51 treffers. Een waanzinnig aantal.

 

Doelpuntenmachine

In de provincie lopen meer goalgetters rond. Naast Quinn Mekel en Freddy de Grooth komen ook jongens als Tim Oosterhof (Glimmen, 396 goals), Jos Hoeksema (SGV, 300), Danny Blaauw (SC Scheemda, 259) en Martijn Drent (WVV, 251) ongetwijfeld in elke wedstrijdbespreking voorbij. Het doelpuntengemiddelde van Quinn is ondanks dat hij als adolescent enkele seizoenen heeft gemist hoger dan dat van Freddy de Grooth. Het houdt hem niet bezig. “Het zijn maar statistieken. Mijn omgeving is daar meer mee bezig. Ik heb respect voor Freddy, maar richt me volledig op Velocitas. Elke wedstrijd maximaal presteren en aan het eind van de rit zie ik wel waar ik sta. Freddy inhalen is geen doel. Met Velo in de eerste klasse spelen wel.” De stip aan de horizon reikt inmiddels dus verder dan eerdergenoemde tweede klasse. Ergens logisch na twee titels op rij en direct bovenin meedraaien in de sterke derde klasse C, met concurrenten als Be Quick 1887, Groen Geel en Helpman. Een lastige competitie, beaamt ook Quinn. “Het eerste jaar was wennen. We waren te wisselvallig. Uiteindelijk gooide corona roet in het eten en eindigden we als vijfde. Dit seizoen begonnen we met 12 uit 4 uitstekend, met als persoonlijk hoogtepunt een hattrick tegen kampioenskandidaat Be Quick in de seizoensouverture. Hopelijk kunnen we weer voetballen binnenkort.” Áls dat gebeurt, dan zal het plaatsvinden in een kleine, regionale poule. En anders hopelijk na de zomer weer, in een reguliere competitie.

 

'Freddy de Grooth inhalen is geen doel, naar de eerste klasse met Velocitas wél'

 

Loyaliteit

Hoe dan ook, Quinn zal te bewonderen zijn tussen snelweg en Stadspark. Ondanks interesse van andere clubs blijft hij Velocitas trouw. De club is goed voor Quinn en past bij hem, zowel qua gezelligheid en warmte als ambitie, cultuur en historie. Daarbij sluiten eigenschappen als loyaliteit en standvastigheid aan bij de mens en voetballer Quinn Mekel. Hij kan zich tevens vinden in de weg die Velo is ingeslagen met de komst van de piepjonge, ambitieuze oefenmeester Simon Cageling (24), die als 14-jarige al pupillen trainde bij het Gelderse v.v. Hierden. “We hanteren een ander spelsysteem en staan tactisch sterker. De groep is jong en gretig, iets wat er tijdens de trainingen meermaals vanaf spat. We hebben een grote selectie waarin iedereen waardevol is en voor elkaar werkt. De verbetering zit in het feit dat we best wat harder mogen zijn. En indirect volwassener, al is dat inherent aan onze jonge groep.” Wat er ook gebeurt, Quinn zal de komende jaren een bekende en gevreesde aanvalsleider zijn in de provincie Groningen. En ver daarbuiten, als uiteindelijk de tweede en wellicht eerste klasse wordt bereikt, zodat de zaterdagafdeling qua niveau memoreert aan de sterke zondagploeg van nog geen tien jaar geleden.