ROBERT BOLLEGRAAF

Als de ene na de andere speler sportpark Het Noorden in de stad Groningen op een frisse zaterdagochtend betreedt, steekt Robert Bollegraaf vanuit de kantine zijn hand voor het raam omhoog. Sommigen stappen de kantine vluchtig binnen voor een dolletje, anderen groeten hem buiten en gaan rechtstreeks door naar de kleedkamer. Zaterdageersteklasser VV Groningen maakt zich op voor een trainingsochtend en daar wil Bollegraaf niks van missen. “Lekker dat er steeds meer mogelijk is. Eerlijk? Ik mis die drukke zaterdagen langs de lijn ontzettend”, zegt hij, terwijl hij uitkijkt op het speelveld. Wie Bollegraaf niet kent, zou gezien zijn volgetatoeëerde armen en ietwat rossige baard eerder denken dat een zeeman in zijn vrije tijd in de kantine is aangeschoven, dan dat het om de voorzitter van VV Groningen gaat. Maar niets is minder waar.

Hoewel de coronacrisis ook VVG – zoals de club in de volksmond beter bekendstaat – in haar greep houdt, mag de club het virus sportief gezien ook wel enigszins dankbaar zijn. Vorig seizoen stevenden de Stadjers als troosteloze hekkensluiter in de Eerste Klasse E rechtsreeks af op degradatie, totdat de intrede van corona in ons land ervoor zorgde dat de promotie- en degradatieregeling in het hele amateurvoetbal werd geschrapt. “Degradatie was toen niet meer dan terecht geweest, echt alles zat tegen. Maar we mogen ons nog steeds eersteklasser noemen”, zegt Bollegraaf.

Prompt won VVG dit seizoen haar eerste drie duels, totdat corona opnieuw roet in het eten gooide. “Maar we zitten niet stil hoor”, gaat hij verder. “We krijgen de broertjes Dylan en Youri ter Arkel van Be Quick 1887 er volgend seizoen bij, net als Regillio Holder van Waskemeer, Max de Boom van ONS Sneek en Robin van der Tuin, topscorer van zondageersteklasser Roden. Hebben we zelfs aankondigingsfilmpjes van gemaakt, doen we hier ook allemaal”, grijnst Bollegraaf, terwijl hij zijn telefoon erbij pakt om de beelden te laten zien. Als de filmpjes zijn afgespeeld, trekt hij er een serieus gezicht bij. “Ja, het mag wel duidelijk zijn dat we volgend seizoen voor het kampioenschap gaan.”

Hetzelfde soort volk

Wie het noordelijke amateurvoetbal volgt, ontkomt niet aan VV Groningen. De van origine zondagclub bestaat al sinds 1929 en alleen de voorbije twee decennia laten zich al wegschrijven als een thriller die zonder twijfel een bestseller zou worden. Niet geheel toevallig was het ook rond die tijd dat Bollegraaf bij de club kwam voetballen. “Samen met nog wat andere jongens van de Z-side van FC Groningen zijn we hier in 2000 begonnen. We voetbalden toen nog bij VVK aan de andere kant van de ringweg, waar we verdeeld over drie reserve-elftallen speelden. We wilden daar het eerste elftal worden, maar dat wilde VVK niet. Toen zijn we verder gaan kijken en kwamen we bij VVG uit, toen nog een zondagclub. Wij konden op zaterdag het eerste elftal worden. Wij hadden jongens uit Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd en het Oosterpark. Dan moet je geen lid worden van GVAV-Rapiditas of Be Quick 1887, dat werkt niet. VV Groningen paste wél goed bij ons.”

 

‘Eenmaal bij VV Groningen, ga je er ook niet snel meer weg’

 

“We begonnen in de Zevende Klasse tegen clubs als Wardy en Blija”, lacht Bollegraaf, die daardoor op plekken kwam waar hij nog nooit van gehoord had. Langzaam maakte VVG een opmars, die met vijf promoties in zeven seizoenen leidde naar de Tweede Klasse in het seizoen 2007-2008. “We waren een echt vriendenteam met jongens als Tim Rosema, Gert Haak en Johnny Meter, terwijl bijvoorbeeld Carlos Vijfschaft en Gerard en Sije Meter hier al voetbalden. En het mooie is dat de meeste van die jongens hier nog steeds voetballen in een 35+ team, en als ze dat niet doen, zitten ze wel aan de bar. Als je eenmaal bij VV Groningen bent, ga je er ook niet snel meer weg. Dat is wel een kenmerk van de club geworden.”

Stijfkoppig

Toch gebeurde dat na het seizoen waarin VVG de Tweede Klasse bereikte, dertien jaar geleden, wel. Clubs als PKC’83 en De Vogels zwaaiden met geld en daar waren meerdere VVG’ers gevoelig voor. Het leidde tot een leegloop, tot frustratie van Bollegraaf, die alles wat hij mede had opgebouwd in één klap zag verdwijnen. “Zo’n uittocht van spelers waren we niet gewend en de sfeer sloeg totaal om. De jongens die er nog waren kwamen amper meer opdagen voor de training en de hele saamhorigheid was ineens weg. Ik weet nog dat we naar NEC Delfzijl moesten; sommige jongens kwamen gewoon niet opdagen en ik regelde van alles om nog een team op de been te brengen. Ik kreeg echt het gevoel dat ik er alleen voor stond en riep dat ik er helemaal klaar mee was en ermee stopte. Ik werd nog uitgelachen, maar ben meteen naar huis gegaan en drie jaar weggebleven.”

Hoe belangrijk Bollegraaf voor de club was, bleek daarna wel, want van orde was weinig sprake meer. Teamleider Karim el Anachi probeerde de boel nog wel bijeen te houden, maar alles rondom het eerste zaterdagelftal stortte compleet in. De club donderde helemaal naar beneden op de amateurvoetballadder en begon een seizoen later weer opnieuw in de Zesde Klasse. “Ik kan dan heel stijfkoppig zijn”, reageert Bollegraaf op zijn actie van toentertijd. “Ik heb me daarna totaal niet meer met het voetballen bemoeid. Ik ben nog weleens gebeld of ik bereid was om terug te komen, maar heb daar nooit op gereageerd.” Na ruim drie jaar wilde hij dat toch heroverwegen toen Gert Haak, Tim Rosema, Johnny Meter en Karim el Anachi het eerste elftal nieuw leven wilden inblazen, maar alleen met Bollegraaf erbij.

 

‘Als je spelers gaat betalen, krijg je nooit clubliefde’

 

Wijze les

“Ik wilde wel, maar alleen als ik zou bepalen hoe het ging. Ik wilde weer een vriendenploeg, honkvaste vrijwilligers eromheen en een nieuw bestuur, waardoor je voorwaarden creëert voor een gezonde vereniging. Zo gezegd, zo gedaan en we maakten wederom een opmars met meerdere promoties achter elkaar. Het klinkt nu misschien alsof ik hier alles doe, maar dat is teveel eer. Er zijn voldoende mensen die achter de schermen ook enorm goed meehelpen om de club levendig te houden. Als ik nu weg zou gaan, zou de boel nooit weer zo instorten als dertien jaar geleden. Ik wilde toen alles alleen doen, terwijl nu meerdere mensen belangrijke dingen doen. Dat is een wijze les die ik geleerd heb.”

Dat VV Groningen zich ook voor volgend seizoen weer weet te versterken met spelers van naam, brengt automatisch de discussie op gang hoeveel de club daar maandelijks voor neerlegt. Het is immers een publiek geheim dat zulke jongens bij clubs van gelijke statuur een goed belegde boterham kunnen verdienen. Bollegraaf lacht als het onderwerp wordt aangesneden. “Daar kan ik heel snel klaar over zijn, want we betalen geen cent aan spelers. Je moet hier zelf willen spelen en het is graag of niet”, zegt de markante voorzitter triomfantelijk. Hij maakt graag van de gelegenheid gebruik om uit te leggen hoe zijn club er dan toch in slaagt om grote namen binnen het noordelijke amateurvoetbal binnen te hengelen. “Wij hebben de mazzel dat de eerste selectie de laatste jaren, net als begin deze eeuw, voornamelijk weer een vriendenteam is.”

Clubliefde

“Zo hebben we hier bijvoorbeeld een jongen rondlopen die bij zijn vorige club een paar honderd euro per maand kreeg. Maar toen kwam corona, kreeg-ie niks meer en moest-ie z’n autootje van de club ook inleveren. En toen zijn club na de eerste lockdown weer ging trainen, moest-ie zonder auto en zonder dat daarover overlegd was geweest wel weer die kant op om te trainen. Toen hij één van onze spelers sprak, liet hij weten dat hij zo flauw van die gang van zaken was, waarna wij eens met ‘m in gesprek zijn gegaan en voorstelden om lekker bij ons te gaan voetballen. Hij wilde het voetbalplezier weer terug en dan helpen we graag mee.” Het komt volgens Bollegraaf vaker voor dat spelers op sportpark Het Noorden neerstrijken, nadat ze hun vorige club gedesillusioneerd de rug toekeerden omdat toegezegde betalingen uitbleven. Juist in zulke situaties probeert VV Groningen van toegevoegde waarde te zijn, legt hij uit.

“Een andere jongen die nu bij ons voetbalt, kwam met de nodige shit bij zijn vorige club weg. Via-via raakte hij met ons in gesprek en besloot-ie bij ons te komen voetballen om het plezier weer terug te vinden. We hebben hem met wat mensen binnen onze verenging op weg geholpen met zaken waarbij hij wel wat hulp kon gebruiken. Stelt voor ons weinig voor, maar hij was ons daar zo dankbaar voor, dat-ie meteen aangaf hier niet meer weg te willen. Die jongen kreeg afgelopen zomer aanbiedingen van hoofdklassers en derdedivisionisten, maar wilde daar niks van weten. ‘Ik blijf trouw aan VVG’, zei-ie. Daaruit blijkt ook onze maatschappelijke rol, met jongens die elkaar kennen, vertrouwen en ook nog verdraaid aardig tegen een balletje kunnen trappen. Zó werkt het bij ons. Als je spelers gaat betalen, krijg je nooit clubliefde.”

Perspectief

VVG weet simpelweg de juiste snaar te raken, denkt Bollegraaf. In de voorbije maanden kon de club het ene na het andere lid voor volgend seizoen begroeten. “Je wilt echt niet weten hoeveel aanmeldingen we gehad hebben. En als ik dan zie waar sommige jongens vandaan moeten komen, sta ik daar echt van te kijken. Blijkbaar hebben we zo’n aantrekkingskracht.” Toch wil hij dat ook nuanceren, want iedereen die in het eerste elftal wil spelen, krijgt ook een reëel perspectief voorgeschoteld. “We willen een eerste selectie van 25 man met drie keepers en dat is het. Wat heb je eraan als je dertig man voor twee teams hebt rondlopen? Iedereen moet ook speeltijd krijgen. Als het beter is om een stapje terug te doen of kans op speeltijd nihil is, zeggen we dat ook eerlijk. De ene keer wordt dat goed opgevat, de andere keer niet. Maar je moet jongens een keuze geven. De sfeer is het belangrijkste bij een voetbalverenging. Als die goed is, pak je vanzelf punten.”

 

‘Het mag wel duidelijk zijn dat we volgend seizoen voor het kampioenschap gaan’

 

Als je Bollegraaf hoort praten, merk je tussen de regels door dat hij degene is die de clubcultuur bewaakt. Iets dat hij zelf ook erkent. “Ik denk niet dat ik een doorsnee voorzitter van een voetbalvereniging ben. Eerder een soort moeder Teresa”, lacht hij. En zo stond ‘Bolle’, zoals praktisch de hele club hem noemt, de voorbije maanden vaker dan hem lief was in de kantine om de boel samen met nog een paar handige VVG’ers te vertimmeren, zodat het onderkomen wat sfeervoller werd. “We hebben hier de ambitie om niet alleen het best voetballende team van Groningen te hebben, maar ook de gezelligste vereniging van de provincie te worden.”

“Er zijn voetbalverenigingen in de stad Groningen die spelers consumptiebonnen meegeven zodat ze na afloop in de kantine blijven hangen, maar dat is hier dus niet de bedoeling. We willen een omgeving creëren waarin je gewoon graag wilt zijn. En dat lukt, want op zaterdagnacht doet de laatste hier de deur regelmatig pas rond vier uur ’s nachts dicht. En weet je”, zegt Bollegraaf, terwijl hij met z’n vuist op tafel slaat, “Dáárom betalen we hier ook niet. Als je dat wel doet, krijg je vroeg of laat gedonder omdat de ene meer krijgt dan de ander. Gezelligheid is de pijler van deze vereniging. Gemiddeld hebben we bij thuiswedstrijden ongeveer 250 man langs de lijn staan. Dat is voor stadse begrippen heel wat en dan hangt het er ook nog van af tegen wie je speelt. Dan zit de kantine vol, zit de tribune vol, staat het plein vol en staan er langs de lijn volop mensen. En als ik er een keertje niet bij ben omdat ik een weekendje weg ben? Dan ga ik met een gerust hart weg. Nu wel.”

 

Merijn Slagter