CÉLINE AGEMA

Je herkent het wel als je het voetbalveld betreedt en je positie opzoekt: even snel scannen met wie je te maken krijgt, zodat je weet wat je kunt verwachten. Zo zullen er vast aanvallers zijn geweest die zich op voorhand rijk rekenden toen ze bij de tegenstander centraal achterin een ietwat tengere meid zagen staan. Totdat die vrolijke verschijning na het eerste fluitsignaal ineens veranderde in een spijkerharde kuitenbijter die je geen moment uit het oog verloor en erin kletste alsof de slag bij Heiligerlee opnieuw werd uitgevochten. Céline Agema grijnst als het ter sprake komt, want ze herkent het. “Ik ben lang en ook zeker niet de breedste”, zegt ze. “Maar ik ben tevens atletisch vind het heerlijk om ervoor te zorgen dat mijn tegenstanders de slechtste wedstrijd van hun leven spelen.”

Ze is slechts 23 jaar, maar wie Célines carrièreverloop onder de loep neemt, zou haast denken dat ze met haar voetbalnadagen bezig is. Ze is na profvoetbalavonturen bij SC Heerenveen en SV Meppen weer terug bij de club waar ze opgroeide: Oranje Nassau. En dat mag best bijzonder worden genoemd, want zowel in Heerenveen als Meppen werden haar voetbalkunsten meer dan gewaardeerd. “Na jaren waarin voetbal voor mij topsport is geworden, voelde het meer als moeten. Dat wilde ik niet meer, want ik merkte dat het ten koste ging van alles wat ik buiten het voetbal graag doe, zoals familie zien en kunnen studeren. Daarom voetbal ik nu weer lekker dicht bij huis.”

'Door tegen jongens te voetballen neemt je handelingssnelheid toe en leer je incasseren'

Het moet dubbel voor haar voelen. “Als ik ergens aan begin, wil ik er goed in worden”, zegt ze. Dat was mede de reden dat ze bij jeugdteams van Oranje Nassau juist graag met jongens voetbalde, wat ze al van jongs af aan deed. Meidenteams? Leuk, maar dat hoefde niet per se. “Ik wilde net zo lang met jongens voetballen, tot dat niet meer kon. Daar heb ik later van geprofiteerd, want door tegen jongens te voetballen wordt je handelingssnelheid hoger, waardoor je zelf sneller vooruit leert denken. Daarnaast is mijn incasseringsvermogen groot. Jongens willen zich extra tegen je bewijzen en dat heb ik gemerkt. In de A-junioren ben ik vaker van het veld afgedragen dan dat ik heb gevoetbald”, lacht ze. Toch dwong Céline respect af door de manier waarop ze zich liet zien en dat smaakte naar meer.

‘Zie je wel’
Dat ze talent had, kregen ook de trainers bij Oranje Nassau snel in de smiezen. “Maar ik wilde eerst helemaal niet naar de senioren, daar had ik een slecht voorgevoel over. Maar uiteindelijk is dat gelukkig meegevallen.” Dat leek aanvankelijk niet zo, want na die overstap werd Céline in Vrouwen 3 geplaatst: het laagst spelende prestatieteam. “Zie je wel, ik moet direct onderaan beginnen. Dit is niks voor mij, zei ik tegen mijn vader. Het begin was dan ook moeizaam, maar daarna begon het te draaien. Trainer Getuar Derguti maakte mij aanvoerder en zei dat ik er wel zou komen als ik zo door zou gaan.” Dat moment kwam sneller dan gedacht. Na amper drie maanden bij Vrouwen 3, trok Vrouwen 1-trainer Tjeerd Strengholt haar aan de mouw. Céline was in positieve zin opgevallen. “Ik kon Vrouwen 2 overslaan en meteen aansluiten bij Vrouwen 1. Ik had er toen nóg meer zin in.”

'In een jaar van de tweede klasse naar de eredivisie: het voelde alsof ik in een achtbaan zat'

Tussen vrouwen die gemiddeld al snel tien jaar ouder waren, veroverde Céline binnen de kortste keren een basisplaats. “Al liep het niet echt lekker en deden we onderin mee. Maar Strengholt zag het in me zitten en zei dat ik bij tegenstanders werd genoemd als iemand om rekening mee te houden. Dat maakt je best trots.” Ondertussen groeide ze uit tot een volwassen voetbalster die zich optrok aan haar ervaren medespeelsters. “Ik had ook heus weleens mindere momenten. Maar één slecht moment hoefde nog niet meteen een slechte wedstrijd te betekenen, vertelden mijn ploeggenoten. Je leert zo relativeren”, zegt Céline over een belangrijke voetballes die ze leerde. Ondanks dat Oranje Nassau VR1 degradatiezorgen kende, stapelde het goede nieuws zich voor haar op. “Ik had me blijkbaar in de kijker gespeeld bij SC Heerenveen, dat bij Strengholt naar mij had geïnformeerd. Nog datzelfde seizoen mocht ik samen met Lotte Wiekamp en Dorien Zeinstra meetrainen. In een jaar van de tweede klasse naar de eredivisie: het voelde alsof ik in een achtbaan zat.”

Ruiken aan eredivisiedebuut
Na een aantal testwedstrijden kreeg Céline te horen dat ze mocht aansluiten bij SC Heerenveen. Toch was het geen uitgemaakte zaak. Was ze al wel uitgeleerd op sportpark Coendersborg? Ouderlijk advies bood niet voor de eerste keer uitkomst. “Zo’n kans zou misschien nooit weer komen, zeiden mijn ouders.” Ze ging overstag en sloot daardoor net als Wiekamp en Zeinstra aan bij de beloften van Heerenveen. “Ik merkte aan alles dat ik ineens bij een profclub zat”, weet ze nog. “Alles was in Heerenveen goed geregeld. Er was altijd genoeg materiaal, de faciliteiten waren top, we hadden een eigen fysiotherapeut en meerdere trainers.” Ook sportief ging het voor de wind. Céline was basisspeelster bij de beloften en Fred de Boer, hoofdtrainer van het eerste vrouwenteam, liet haar regelmatig meetrainen. Ook mocht ze als wisselspeelster ruiken aan haar eredivisiedebuut. Haar officiële eerste optreden leek een kwestie van tijd.

Maar het liep anders. In al haar enthousiasme om niets te willen missen, nam Céline teveel hooi op haar vork. “Ik was op een vrijdagavond meegegaan met het eerste vrouwenteam, terwijl we de zaterdag erna een bekerwedstrijd hadden met de beloften tegen MSC Meppel. Achteraf had ik toen beter naar mijn lichaam moeten luisteren, maar op die leeftijd pak je alles mee. In dat bekerduel zette ik in de laatste minuut een stap verkeerd toen ik een duel uitvocht en ik merkte meteen iets vreemds aan m’n knie. Kruisband en binnenste knieband gescheurd, bleek later. Zo lag niet alleen mijn knie, maar ook mijn voetbaldroom aan diggelen.” Het besef dat ze er bijna een heel seizoen uit zou liggen, kwam hard aan. “Ik koos ervoor om in Groningen te revalideren, in Heerenveen lukte me dat niet. Je komt bij een profclub om beter te worden. Als dat niet lukt, haak je af. Waar ik stilstond, groeiden andere meiden door. Dat was voor mij niet te verkroppen.”

'Het klinkt heel apart, maar ik gun iedereen een kruisbandblessure'

Trots opzij zetten
Na drie maanden mocht Céline voor het eerst weer het veld op om kleine oefeningen te doen en exact negen maanden na het fatale moment tegen MSC maakte ze haar rentree. Die viel zwaarder dan gedacht. “Ik was bang en ging duels uit de weg, terwijl daar juist mijn kracht ligt. Jan Schulting, die Fred de Boer inmiddels had vervangen als hoofdtrainer, zette me daardoor naast de ploeg. Ik speelde met een soort handrem en dat voetbalt waardeloos.” Het leidde ertoe dat ze op aanraden van haar fysiotherapeut de stap zette naar een sportpsycholoog. “Daar moest ik wel mijn trots voor opzij zetten”, lacht Céline. Toch had ze er baat bij, zegt ze terwijl ze enkele oefeningen uitlegt. “Het klinkt heel apart, maar ik gun iedereen zo’n blessure. Je wilt het liever niet meemaken, maar je leert om stap voor stap te denken en kleinere dingen te waarderen. Dat is heel waardevol geweest.” Langzaam pakte Céline de draad weer op en kwam ze weer terug op haar oude niveau. “Bovendien liet Heerenveen weten dat er iets moois aan zat te komen als ik mijn niveau kon vasthouden: een vaste plek in de hoofdmacht van de Heerenveen-vrouwen.”

Maar dat moois kwam niet. Met Roeland ten Berge in plaats van Jan Schulting kwam er een nieuwe trainer, die de nadruk meer op het voetballende aspect legde. “En ik ben geen type dat de bal zomaar wegschiet, ik hou van een verzorgde opbouw, maar ik moet het wel van m’n wilskracht hebben. Ik voelde dat ik niet het type speelster was dat paste in het voetbal dat hij wilde spelen. Daardoor stagneerde mijn groei en vond ik het na drie seizoenen, waarin ik van alles heb meegemaakt, prima. Het was wat mij betreft een mooi moment voor een nieuwe uitdaging en dat voelde ik best wel sterk. Heerenveen en ik zijn toen in goed overleg uit elkaar gegaan.” Dat laatste seizoen in Heerenveen knaagde aan Céline. Ze leefde voor de sport, maar toch bracht het haar niet waar ze had willen zijn. “Op een gegeven moment bleef ik liever thuis, dan dat ik in de auto stapte om naar Heerenveen te rijden. Toen ik bij Heerenveen was vertrokken, heb ik zelfs overwogen om ermee te stoppen. Maar als ik bedacht hoeveel ik al in de sport had geïnvesteerd, was dat zonde.”

'Waar ik in Nederland te hard was, zeiden ze in Duitsland dat ik er maar een schepje bij moest doen'

Negen uur in de bus
Toen Céline in de zomer van 2018 zonder enige bijbedoelingen een oefenwedstrijd van haar vriendin Marieke de Boer bij SV Meppen tegen FC Twente bekeek, begon het weer te kriebelen. “Het niveau van Meppen was aardig en er werd fysiek gevoetbald. Precies het voetbal dat bij mij past.” Marieke stelde daarop aan Céline voor om eens op proef mee te trainen en zo stonden ze binnen de kortste keren samen op het veld in de Hänsch-Arena. “Ik dacht dat ik wel wat gewend was, maar die trainingskampen waren echt pittig, die liep ik op mijn tandvlees. Het was daar helemaal op intensief werken gericht. Waar ik in Nederland te hard was, zeiden ze in Duitsland dat ik er maar een schepje bij moest doen.” Het Duitse voetbal leek Céline op het lijf geschreven en in Meppen waren ze dan ook dik tevreden over haar. “En die stadions, prachtig. Hoog spelende vrouwenteams in Duitsland zoals VFL Wolfsburg en Bayern München hebben hun eigen stadion, terwijl je in Nederland op amateurcomplexen voetbalt. En dan heb je nog de groepen fanatieke fans die je overal achterna reizen, ook dat kende ik niet. Sta je ineens handtekeningen uit te delen.”

Voetballend beviel het goed, alleen kent de sport in Duitsland ook een groot nadeel. “Ja, die reistijd. Soms zat ik negen uur in de bus voor een uitwedstrijd en dan moest ik ook nog weer terug. Vrije tijd had ik amper meer.” Meppen bood Céline contractverlenging aan, maar ze sloeg weer aan het twijfelen. “Is dit het allemaal waard als ik mijn familie amper zie? En ik vind mijn maatschappelijke carrière ook belangrijk”, motiveert ze. Zo besloot Céline op de allerlaatste dag van de overschrijvingstermijn voor het seizoen 2019-2020 terug te keren naar Oranje Nassau. In Groningen, waar vrienden en familie binnen handbereik zijn. Het niveauverschil was weer even wennen, erkent ze. “Tijdens trainingen vloog ik erin zoals ik in Duitsland gewend was. Dat werd me niet in dank afgenomen”, lacht ze.

'Als FC Groningen met vrouwenvoetbal zou starten, hoef ik geen seconde na te denken'

Droom
Bij Oranje Nassau heeft Céline wederom geleerd om vrij én met een glimlach op het veld te staan. “In mijn eerste seizoen zei een teamgenoot nog tegen me: Céline, waarom kijk jij altijd zo boos als je voetbalt? Daar kon ik dan wel weer om lachen. Ook nu voetbal er amper bij is vanwege corona, vermaak ik me wel. Ik heb m’n eigen gym gecreëerd en fiets veel, dus ik blijf wel bezig”, zegt ze enthousiast. Ook is ze inmiddels afgestudeerd en werkt ze als manusje-van-alles - “van online marketeer tot bezorger” in de tuinmeubelenzaak van haar ouders. Toch blijft die ene vraag overeind, want heeft Céline Agema tot dusver het maximale uit haar voetbalcarrière gehaald? Mensen die haar goed kennen, zijn geneigd om nee te zeggen. “En ik weet ook dat er meer in zit”, zegt ze. “Diep in mijn hart wil ik graag nog eens op het hoogste niveau voetballen, al heb ik dat een poosje niet hardop durven zeggen. Maar ik hou ook van Groningen. Ik woon hier, ik werk hier en heb hier mijn leven. Als FC Groningen met vrouwenvoetbal zou starten, hoef ik geen seconde na te denken. Dat is een droom.”

Merijn Slagter

Foto's: Burt Sytsma