THEO TEN CAAT

Theo ten Caat, excentrieke eenling in het voetbal

 

In Schotland kwam de trainer van Aberdeen, met wie hij op dat moment geen klik had, ooit naar Theo ten Caat toe en zei: ‘‘Hier hebben mannen geen lang haar. Je kunt beter naar de kapper gaan.’’ De reactie van Ten Caat? Hij belde zijn kapper en annuleerde de afspraak die hij al een tijd had staan. Het typeert de persoon Theo ten Caat. Niemand anders dan hijzelf bepaalt de keuzes in zijn leven. De naar eigen zeggen enigszins recalcitrante linkspoot beleefde zijn mooiste jaren bij het succesvolle FC Groningen eind jaren tachtig. Voetbal Groningen zocht hem op in zijn woonplaats Hollandscheveld.

 

Maradona

‘Raised by hippies, born in freetown’, zo luidt de slogan op zijn T-shirt waarmee hij, zonder morren, in de vrieskou poseert voor een portret. ‘‘Ooit gekocht in Denemarken. Past wel bij mij. Ik ben linksbenig en in mijn levensovertuiging ben ik ook behoorlijk links. Fidel Castro was ooit een van mijn helden. Wist je dat hij voor Maradona ook een idool was? In mijn tijd bij FC Twente speelde ik ooit een oefenwedstrijd tegen het Napoli van Maradona. Toen heb ik hem ontmoet. Dat hij zowel letterlijk als figuurlijk links georiënteerd was, was ook direct de enige overeenkomst tussen ons. Ik zag hem voetballen en ik vroeg mij af waarom ik op voetbal zat. Wat hij met een bal kon, had ik nog nooit gezien. Hij was ongekend goed. De beste voetballer ooit.’’

 

Talent in Hoogeveen en Twente

Op 8 december 1964 wordt Theo ten Caat geboren in het pittoreske Hollandscheveld, net buiten Hoogeveen. Het gezin Ten Caat woont afgelegen, waardoor er altijd wel een plek is waar gevoetbald kan worden. Een mooie periode, zo beschrijft Ten Caat. ‘‘In de jaren zestig, zeventig waren er nog niet zoveel auto’s en was alles niet zo volgebouwd. In het mooie Hollandscheveld hadden we als kind volop de ruimte. Aangemoedigd door onze vader, ging ik met mijn twee jaar jongere broertje Freddy dagelijks voetballen. Op weg naar school hadden we een bal mee en ook in de pauze werd er gevoetbald. Na school wachtte onze moeder met een kopje thee. Als we die op hadden, gingen we weer voetballen. Zo heeft mijn jeugd eruitgezien. Heel onbezorgd.’’

Als hij oud genoeg is, meldt Theo zich aan bij SV HODO (Hollandscheveld Overwint Door Oefening). Omdat hij klein van stuk is, moet hij slimmer zijn dan de rest om overeind te blijven. Dat lukt aardig. Nadat hij de overstap heeft gemaakt naar het hoger aangeschreven VV Hoogeveen, komt hij hier op zestienjarige leeftijd in het eerste te spelen. Daar wordt hij ontdekt door FC Twente. Samen met zijn broertje Freddy vertrekt hij naar Enschede. Fritz Korbach is zijn trainer. De twee kunnen lezen en schrijven. ‘‘Prachtige man. Je maakte de meest bizarre taferelen met hem mee. We waren een keer op trainingskamp in Duitsland. We hadden ’s avonds een wedstrijd. ’s Middags gingen Korbach, Epi Drost en ik een wandeling maken. We raakten verdwaald en liepen vier uur lang rond in een bos. Vlak voordat de wedstrijd begon, vonden we de weg terug naar het hotel. Dat soort avonturen kon je alleen met Korbach meemaken.’’

 

Overstap naar FC Groningen

Hoewel Ten Caat in Enschede zijn doorbraak in de eredivisie beleeft, maakt hij na drie jaar als semiprof de overstap naar BV Veendam. Naast het voetbal is hij werkzaam bij een transportbedrijf. Het is een zwaar, maar vruchtbaar seizoen. Hij wordt aanvoerder en is, met zestien doelpunten en evenveel assists, de beste speler van het elftal. BV Veendam promoveert dat jaar naar de eredivisie. Voor Ten Caat volgt er een persoonlijke promotie als grote broer FC Groningen interesse toont. Hij hoeft niet lang na te denken over de overstap naar het Oosterparkstadion.

'We kwamen een speler tekort. Bleek dat ik Jan van Dijk langs de snelweg had laten staan'

In de zomer van 1988 maakt hij in Groningen onderdeel uit van het team van trainer Hans Westerhof. Het is het begin van een van de meest succesvolle periodes van de Trots van het Noorden. ‘‘In het eerste seizoen hadden we een aardig elftal met jongens als Jan van Dijk, John de Wolf, Jos Roossien en René Eijkelkamp. Na dat jaar vertrok John de Wolf naar Feyenoord. Hennie Meijer kwam juist over van Ajax. Zowel binnen als buiten het veld konden we goed met elkaar overweg. De sfeer was heel relaxed. Op een ochtend voor een uitwedstrijd was Hans Westerhof bezig met de wedstrijdbespreking. Hij telde de namen, maar kwam er een tekort. Ik keek om mij heen en dacht, verrek! Ik heb Jan van Dijk langs de snelweg laten staan. Vanuit Hoogeveen reed hij vanaf Assen altijd met mij mee. Die ochtend dus niet. En ja, hij is toch Mister FC Groningen, hè? Een half uur later kwam hij de zaal binnen gelopen. Hij vond het niet zo erg. Daar had ik geluk mee, want hij kon je op de training doodleuk in tweeën zagen. Zo was Jan dan ook wel weer.’’

 

Europese avonturen

Ten Caat komt precies op het juiste moment binnen bij FC Groningen. In Europees verband beleeft de club haar hoogtijdagen. In de eerste ronde van de UEFA Cup in seizoen 1988-1989 komt het tot een ontmoeting met Atlético Madrid. De Groningers bewaren goede herinneringen aan de Madrilenen, want vijf jaar eerder is het tweeluik met 4-2 in het voordeel van FC Groningen beslist. Ook deze keer wordt er een ronde verder gebekerd. Nadat Atlético in het eigen Oosterpark met 1-0 wordt verslagen door een doelpunt van Erik Groeleken, staat vier weken later de return in Madrid op het programma. In het Vicente Caldéron komt Atlético al snel op voorsprong, maar even later is het Theo ten Caat die de Groningers met een hard afstandsschot langszij brengt. De nederlaag van 2-1 is voldoende om een ronde verder te komen. Uiteindelijk strandt de ploeg van Westerhof in de derde ronde tegen het VfB Stuttgart van Arie Haan.

Omdat in 1989 de bekerfinale wordt bereikt (4-1 verlies tegen PSV), komen de Groningers in het seizoen 1989-1990 opnieuw uit in de UEFA Cup. Nadat in de eerste ronde het Deense Ikast FS wordt verslagen, stuit het in de tweede ronde op Partizan Belgrado. Daar maakt FC Groningen kennis met de genialiteit van Milko Djurovski. ‘‘In de eerste wedstrijd, thuis in het Oosterparkstadion, speelden we ze volledig van de mat. Ik scoorde zelf de 2-1. Tien minuten voor tijd kregen wij een open kans op 5-2, waardoor we vrijwel zeker door waren geweest. Maar de kans wordt gemist en een minuut later maakt Djurovski 4-3. Toen moesten we nog naar Belgrado.’’

Voetballen in Belgrado moet voor een voetballer een bijzondere ervaring zijn. Rondom de wedstrijden van Partizan hangt er in de door oorlog getekende Servische hoofdstad een intense sfeer. Bekend is de stadsderby met aartsrivaal Rode Ster, die tot meest beladen wedstrijden ter wereld behoort. Niet zelden loopt het uit de hand. Rellen, bloedende gezichten en het gebruik van traangas door de politie zijn eerder regel dan uitzondering. Voorafgaand en tijdens de wedstrijd met FC Groningen is dit niet anders. Ten Caat herinnert zich de wedstrijd goed. ‘‘Het was een gekkenhuis. Een uur voor de wedstrijd vielen supporters van Partizan flauw op de tribune. Ik zal de sfeer rondom die wedstrijd nooit vergeten. Wij hadden te maken met een aantal blessures. Dat nekte ons uiteindelijk. Djurovski was ook die wedstrijd geniaal.’’

 

Hoogtepunt en vertrek naar Schotland

FC Groningen verliest met 3-1 en dat is ondanks de 4-3 thuisoverwinning niet genoeg. Het Europese avontuur is voorbij. In de competitie wordt uiteindelijk een negende plek behaald. Het seizoen dat volgt, 1990-1991, is waarschijnlijk het beste uit de geschiedenis van de club. Djurovski, die in het voorgaande seizoen zoveel indruk maakte, wordt overgenomen. ‘De Rookmagiër’ vormt een gouden koppel met de sterke Hennie Meijer. Theo ten Caat is de creatieve nummer 10. De linkspoot is altijd ‘onderweg’, zoals dat in voetbaljargon wordt genoemd. Samen met Jos Roossien en Jan van Dijk vormt hij het middenrif. ‘‘Het was een vriendenteam. We hadden de perfecte ploeg. Omdat we geen Europees voetbal speelden, lag de focus volledig op de competitie. We draaiden als een trein. Een paar wedstrijden voor het einde van de competitie stonden we met PSV bovenaan. Toen verloren we uit tegen FC Twente. Onterecht. Als we die wedstrijd gewonnen hadden, stonden we bovenaan, want PSV verloor ook. Ik ben ervan overtuigd dat we dan kampioen waren geworden. Maar we waren geknakt. We kregen blessures, een aantal rode kaarten en toen was het over. De breedte van de selectie was niet sterk genoeg. Uiteindelijk haalde Ajax ons nog in en werden we derde.’’

'Achteraf gezien had ik misschien nooit weg moeten gaan bij FC Groningen'

In de zomer van 1991 wil FC Groningen Theo ten Caat verkopen. Hij is relatief jong, gewild en levert geld op. Geld dat FC Groningen nodig heeft om haar twee sterspelers, Djurovski en Meijer, te kunnen blijven betalen. Als het Schotse Aberdeen belangstelling toont, is Ten Caat vertrokken. ‘‘Achteraf gezien had ik misschien nooit moeten weggaan bij FC Groningen. We hadden een fantastische ploeg en ik zat in de bloei van mijn carrière. Ik zat dicht tegen het Nederlands elftal aan. Alleen Erwin Koeman en Rob Witschge stonden boven mij in de pikorde. Bovendien was het ook beter geweest voor Djurovski, want we hadden een geweldige klik. Buiten het veld ook trouwens. Het was een aparte vogel met rare fratsen, maar ik vond het een aardige gozer.’’

Zijn start bij Aberdeen is voortvarend. De Schotse supporters lopen weg met de flamboyante Dutchman. Ten Caat heeft de pech dat Alex Smith, de trainer die hem naar Schotland heeft gehaald, na een half jaar wordt ontslagen. Zijn opvolger, Willie Miller, ziet het veel minder in de Nederlander zitten. Ook op persoonlijk vlak botsen de twee regelmatig. ‘‘Schotten zijn een heel andere type mensen dan Nederlanders. Plichtsgetrouw. De trainer spreken ze aan als Boss. Zo voelen ze dat ook. De trainer is de baas en daar luister je naar. Ook als hij het niet in jou ziet zitten. Daarover hadden we vaak onenigheid. Ik ben een Nederlander. Eigenwijzer. Vaak een weerwoord. In het tweede en derde jaar speelde ik veel minder. Toen vond ik het mooi geweest. Als mens ben ik in Schotland gegroeid, als voetballer minder.’’

 

Buitenbeentje

In Schotland botst Ten Caat niet voor het eerst met zijn trainer. Ook in zijn eerste periode bij FC Twente vertrekt hij uiteindelijk omdat hij zijn eigen mening erop nahoudt. Het zegt veel over Ten Caat. Hij is niet op zijn mondje gevallen en hij gaat zijn eigen weg. Een eenling in een overwegend kleurloze voetballerij, vaak bestaande uit eenheidsworsten en voorgekookte meningen. ‘‘Ik ben geen groepsmens, eerder selectief in mensen. Bij een teamwandeling liep ik altijd achteraan, zodat ik de groep kon observeren. Ik herkende vaste patronen. Altijd lopen dezelfde jongens vooraan. Types die de richting willen bepalen. Ook lopen steevast dezelfde jongens in de buurt van de trainer. Observeren is een soort politiek bedrijven. Wie praat met wie, hoe gaan spelers met elkaar om? De psyche van de mens heb ik altijd mateloos interessant gevonden. Ook toen ik na mijn carrière trainer werd. Als trainer zie ik alles.’’

‘‘Ik hield niet van uitwedstrijden. Je hangt met de groep in doodsaaie hotels waar weinig te beleven valt. De meeste jongens gingen vaak snookeren, maar dat kon ik niet. Ik kon schaken, maar dat kon dan weer niemand anders. Dan wordt het lastig, hè? De voetballerij is een showwereld waarvan ik de charme langzaam zie verdwijnen. De romantiek vervaagt. Kijk naar de voetbalstadions. Het Oosterparkstadion was een écht voetbalstadion. Het had een Engels karakter: opgebouwd uit hout, staal en staantribunes die dicht op het veld stonden. Als het stadion vol zat, kolkte het. Tegenwoordig zijn voetbalstadions geen echte voetbalstadions meer. Oké, ze zijn luxer, maar de voetbalsfeer is verdwenen.’’

'Kijk naar het juichen van tegenwoordig, het gaat helemaal nergens meer over'

De verdwijnende romantiek uit de voetballerij. Praat een middag met Ten Caat en je kunt er een boek over schrijven. ‘‘Wist je dat ze op televisie tegenwoordig het aantal gelopen kilometers laten zien? Wat moet je ermee? Ik hoop dat ze wel de goede kant oplopen, want je kunt helemaal niets met die statistieken. De commercie in het voetbal is steeds belangrijker aan het worden. Spelers weten dat ook. Profvoetballers zijn te serieus geworden. Kijk naar de manier waarop er tegenwoordig wordt gejuicht. De een stopt zijn vingers in zijn oren, de ander stopt een duim in zijn mond en weer een ander maakt een hartje naar de camera. Het gaat helemaal nergens meer over, ze zijn alleen maar druk met randzaken.’’

Aan het einde van het interview laat Theo ten Caat zijn plakboeken aan mij zien. Onze ogen vallen op een juichende Ten Caat. In een muisstil Vicente Calderon heeft hij zojuist gescoord. Een Ten Caat in extase loopt weg, verder is alleen een juichende Sjaak Storm te zien. ‘‘Zie je? Geen hartje richting de camera. Gewoon een vinger in de lucht.’’ Theo ten Caat, een excentriekeling met het hart op de tong. Hadden we er daar maar meer van in de voetballerij.

Koen Olde Monnikhof

Foto's: archief Theo ten Caat (actiefoto's) / Koen Olde Monnikhof (portret)