G.S.V.V. THE KNICKERBOCKERS

 

Bij menig amateurclub is niet lang nagedacht over de benaming van de kantine of het clubhuis. Vaak wordt het simpel en neutraal gehouden, zoals Sportpark Zuiderweg, De Zwaluw of Weltevreden. Bij de Groninger studentenvoetbalvereniging The Knickerbockers prijkt echter een opmerkelijke naam op het onderkomen: Appleknockers Flophouse. Wijlen Harry Muskee van bluesrockformatie Cuby & The Blizzards is de geestelijk vader van deze titel. Hoe is de naam ontstaan? Wat betekent het? En waarom past het zo goed?

Hoog niveau

Het vlaggenschip van de heren van G.S.V.V. The Knickerbockers speelt momenteel in de tweede klasse. De club kende een flink aantal succesvolle jaren. Ook bij de vrouwen, die onder meer enkele seizoenen in de landelijke Topklasse bivakkeerden. In seizoen 2008/09 eindigde de mannenploeg razendknap als derde in de eerste klasse, achter de gerenommeerde clubs Urk en ACV. Tegenstanders komen er niet graag, want de in korenblauw acterende Groningers zijn moeilijk te verslaan. De kleedkamer is miezerig, het veld hobbelig en de studenten - al dan niet brak – zijn irritant goed. Koplopers gaan er steevast de bietenbrug op. Terwijl zo’n sterrenensemble met gebogen hoofd van het veld strompelt, staan de dames van het negende al op de bar. In tenue zingen ze het clublied Op ’t groene gras in korenblauw.

 

'Lauwe koffie, hossende teams op de bar, geen bestuurskamer en jongens die in het veld Matras, Sjap en Porno werden genoemd. Zelfs ACV wist er niet te winnen.' 

 

Flophouse

In 1967 - tevens het jaar van oprichting van The Knickerbockers - gaat het Cuby & The Blizzards voor de wind. De band uit het Drentse dorpje Grollo scoort hits met Distant Smile en Another Day Another Road. Zanger Harry Muskee en zijn formatie gaan op tournee met Van Morrison en ze spelen voor volgepakte zalen. In het dorp repeteert de band veelvuldig in een gehuurd boerderijtje. De inmiddels klassieke platen ‘Groeten Uit Grollo’ - met Herman Brood als pianist - en ‘Appleknockers Flophouse’ zijn hiervan het resultaat. In de gehuurde boerenwoning schrijft Muskee de autobiografische titelsong Appleknockers Flophouse. De boerderij is zijn flophouse, Amerikaans jargon voor een goedkoop doch genoeglijk onderkomen waar gezelligheid vooropstaat. Hij, zijn bandleden en binnen- en buitenlandse gasten zijn de appleknockers: mannen van het land die een feestje niet schuwen. Als bezoeker weet je niet wat je kunt verwachten. De onheilspellende riff in de track spreekt wat dat betreft boekdelen.

 

'De presentatie van de elpee liep uit op een rel. Zuipen op kosten van de platenmaatschappij. Jenever, een stripper, overlast. Iedereen sprak er schande van.'

 

Kameraadschap

Diezelfde riff raast door het clubhuis van de studenten tijdens het International Tournament. Eén van de jaarlijks terugkerende evenementen, waar tientallen teams uit binnen- en buitenland zich drie dagen lang vermaken met een bal, muziek, goedkope snacks, tienduizend liter bier en met elkaar. Traditioneel zingen de studenten bij elk fust bier dat wordt aangeboden. Kort daarna gaat de stereotoren op standje hard: 'Appleknockers Flophouse, that’s where we live in'. Aanstaande dokters en advocaten zingen luidkeels met Muskee mee. Het Flophouse als amateurvoetbalhemel, een plek vol extase en pure verrukking. De plaats waar vriendschappen voor het leven worden gesloten, prille liefdes ontstaan en je een paar dagen hersteltijd moet incalculeren om weer enigszins normaal door het leven te kunnen gaan. Muskee leeft voort en zou trots zijn geweest.

 

Appleknockers flophouse, that’s where we live in. 

Such a good place for you and for me. 

If you come to our Appleknockers Flophouse

You don’t know what you’re bound to see.”

 
 

Jelle Teitsma